dirigenten
dirigenten
Eind van deze maand hebben jullie concert. (juni 2008).

Als je een solist uitzoekt, zoek je dan nog naar een speciale stem?
Zeker!.. in dit geval was de zoektocht best lastig, want voor dit repertoire kan je niet onder net afgestudeerde zangers gaan zoeken, je moet al echt wat in huis hebben; dus je zoekt een rot in het vak die voor een kleine gage het ook nog eens ziet zitten om met een jeugdorkest een week lang in Italië te zitten.
Ik hoop natuurlijk dat Marjan de basis die Francis in de Utrechtse Schouwburg heeft gelegd verder gaat uitbouwen. Want als je het niet goed doet, kan je ze het juist heel erg tegen maken, maar Marjan is óók een theatraal type (hoe kan het ook anders) en we gaan het vrijdag meemaken. Het begeleiden van die aria’s is lastig, temeer daar er zo ongelofelijk veel rubati in die muziek zit, maar daarmee blijft het wel een geweldige uitdaging.
Voorzichtig met het volumen zijn?
Ja, dat volume, daar hebben we ervaring mee... Zoals je weet hebben wij met het afgelopen AJO-lustrum dat stuk met rockband gedaan. De eerste repetitie kan ik me nog goed herinneren... ik dacht dat ik het voorgoed had verpest, want wat gebeurde er die 1ste keer in de Xaveriuskerk? Ik vroeg aan de band: "Speel allereerst ff een nummertje voor ons, dan kunnen we luisteren (én kijken) wat jullie doen." En daar staken ze van wal hoor op een, voor hén, normaal geluidsniveau…
Ober: De tonijnsalade... en de gerookte zalm... eet smakelijk.
Nou, met name de mensen die direct vóór de band zaten, zaten met hun vingers in hun oren... en ik dacht meteen: “oh, nu is het afgelopen, ik had geen slechtere introductie kunnen verzinnen, door ze dit nummer alleen te laten spelen”. Gelukkig is het allemaal goed gekomen. En zo ging het de 1ste keer met Marjan eigenlijk ook. Zij zong richting het orkest, we repeteerden de brief-aria van Verdi waarbij zij de brief allereerst voorleest, in het Italiaans natuurlijk. Daaronder speelt het orkest een liggend akkoord en zij praat daar dus overheen. Aan het einde van die brief ontsteekt ze in woede door wat ze net heeft gelezen en pakt ze vocal zeer stevig uit...ook toen zag ik vele AJO-leden terugdeinzen... van ‘komt dat allemaal uit die ene strot?’ maar vooral..’ ik hoop dat die mevrouw zich dadelijk zal gaan omdraaien richting publiek..!’., maar ik heb gelukkig, ook uit zeer onverwachte hoek, AJO-ers naar me toe gekregen die zeiden dat ze dit het mooiste vonden wat ze ooit hadden gespeeld. Nou dan is voor mij het experiment al geslaagd.
Heb je ervaring met opera?
Ja... Barokopera, dus opera in kleine bezetting, én ik dirigeer veel Bach-cantates in Haarlem, waarbij ik dus veel met ‘kleinere’ stemmen werk, maar dus niet met dit Grote Romantische Repertoire. Bij dit concert moet de solist dus echt wat in huis hebben en het budget dat het AJO ter beschikking kan stellen, is beperkt.

Ja.. ik vind dat nogal twijfelachtig moet ik je eerlijk zeggen. Ik vind dat je, óók als jeugdorkest, genoeg geld moet genereren voor een ´volwassen´ gage voor je solisten. Ik vind het nogal moeizaam als je bij solisten probeert af te dingen door te zeggen dat je met je bijdrage toch vooral ‘jonge mensen een mooie introductie in de klassieke muziek’ meegeeft. Dat is natuurlijk wel zo, maar voor hen is het ook gewoon hun vak,... weet je? Als het nou een benefietconcert is voor een goed doel waaraan iederéén belangeloos meewerkt, dan wordt het een ander verhaal. Als solist wordt er van je verwacht dat je altijd een prestatie neerzet die niet onder mag doen voor eerdere keren. Natuurlijk zoek ik onder jonge solisten (in dit geval dus niet!), maar ook díe hebben recht op een eerlijke gage. Om er maar vanuit te gaan dat het ook wel voor een habbekrats kan... dat stuit mij in ieder geval tegen de borst.
Denk je dat dat haalbaar is voor een jeugdorkest?
Dat hangt ervan af hoeveel tijd je er aan kan besteden, of eigenlijk nog meer: waar je de prioriteit legt. Het zoeken naar geld is een tijdrovende zaak. Fondsen aanschrijven en sponsoren bereid vinden je een aantal jaren financieel te steunen, kortom acquisitie, is een vak apart. Máár daar heeft het AJO ook een aparte Stichting voor.
Overigens niet alleen solisten, maar ook repetitoren uit het professionele veld wil ik in dit verhaal betrekken, die verdienen het ook om goed gehonoreerd te worden. Nogmaals, ik vind niet dat je de professionals die je vraagt je orkest beter te maken, hun deel mag onthouden.
Raakt dit ook aan het artistieke beleid?
Lijkt me wel, ik wil ook in de categorie mensen kunnen zoeken die best bereid zijn om iets niet voor de hoofdprijs te doen, maar ook weer niet tot elke prijs.
Op een foto zag ik jou vioolspelen. Ben je violist?
Ik ben violist van huis uit, ja. In die zin pas ik in het rijtje. Toch?
Vanuit het viool spelen ben je gaan dirigeren.
Ja... klopt. (Praten en eten tegelijkertijd is trouwens een lastig ding.) Maar ik ben inderdaad op mijn achtste met de viool in aanraking gekomen en op mijn tiende naar het Hofstad Jeugd Orkest gegaan (Den Haag). Vanaf toen maak ik deel uit van orkesten. De 1ste dirigent was wijlen Wim Bredenhorst en daarna speelde ik onder Lex Veelo, die er tot op de dag van vandaag voor staat.

Is zo'n orkest niet eens aan een nieuwe dirigent toe?
Nee. Als hij het goed doet. Nee.. ik geloof juist in een lange loopbaan voor dirigenten bij jeugdorkesten, al was het maar omdat de doorstroom van orkestleden zo groot is. Lex Veelo bv. dirigeert dus nu al meer dan 35 jaar bij het Jeugdorkest van de vereniging Hofstad Jeugdorkest. Dat is anders bij de 3 orkesten die daar onder ‘zitten’. Ook daar heb je dus een opbouw van beginners naar gevorderden: je start in een Speelgroep, dan kom je in het Voorbereidend Orkest, dan in het Junioren Orkest en uiteindelijk dus in het Jeugd Orkest. Voor al die orkesten staat een andere dirigent en dat wisselt wel veel in de loop der jaren, behalve dus Lex, die heeft het stokje destijds overgenomen van de oprichtster van het HJO: Tilly Talboom Smits.
In Amersfoort werkte dat anders. Toen ik Peter Vinken begin jaren ´90 leerde kennen, verbaasde het me dus ook zeer dat voor al die vier verschillende geledingen één en dezelfde dirigent stond, eerst Qui en toen Peter. Dat was ik helemaal niet gewend in Den Haag. Het zijn toch ook wel verschillende (vak)gebieden. Die allereerste kleintjes. Dat moet je liggen, daar moet je affiniteit mee hebben en je verwachtingen moeten vooral niet te hoog gespannen zijn. Ik heb zelf ook, toen ik orkestdirectie in Rotterdam studeerde, voor al die orkesten in Den Haag gestaan (behalve het Jeugdorkest dus); een geweldige leerschool. Ik weet ook nog wel dat ik op een bepaalde manier jaloers was op Peter Vinken, want er moest in Den Haag natuurlijk wel 2x per jaar flink vergaderd worden over de kinderen die ‘doorschoven’ naar het volgende orkest. Dat overleg kon je dan in geval van Peter met jezelf voeren, dat scheelde wel een hoop tijd..., maar wat natuurlijk in beide varianten evident is, is dat je een loopbaan creëert voor musicerende jeugd vanaf hun eerste streken/ademtochten op hun instrument tot en met het grote symfonische repertoire.
Je bedoelt een groeiproces, een kweekvijver?
Ja natuurlijk, als ik mezelf als voorbeeld neem: de ontwikkeling die ik als 8-jarige t/m mijn 18de heb doorgemaakt heeft mij enorm veel kansen gegeven.
Die eigen kweek. In mijn tijd kende Qui mijn leraar; hij kende trouwens alle muziekleraren. Niet alleen van de muziekschool maar ook van daarbuiten. Ik kwam in dat orkest en Dick Radstake was mijn leraar. Ik mocht direct meespelen. Dus zonder voorspel! De eerste repetitie schrok ik me een ongeluk van die muziek en van dat samen spelen. Dat was echt moeilijk. Ik mocht er gewoon gaan zitten en meespelen, voor zover ik dat kon, want zo'n orkest was helemaal nieuw voor mij. Maar de drempel om in een orkest te spelen, in het AJO was daarmee heel laag. De basis was dat Qui mijn leraar kende en wist wat hij kon verwachten, zeker op termijn. Het mogen meespelen in het AJO was gebaseerd op een sterk informeel relatienetwerk van de dirigent.
Maar tegenwoordig gaat dat heel anders. Met voorspeelavonden en zo. Of gebruik je ook je relaties als je een altviool nodig hebt en dan een collega belt of die nog een goeie leerling heeft?
Béiden lijkt mij, je gebruikt én de relaties met docenten en met de Muziekschool én je houdt audities, dat laatste alleen al voor de mensen die van buitenaf het orkest instromen en die je dus nog niet kent. Maar hier raak je een teer punt, want de (vertrouwens)relatie met de muziekschool heeft na het vertrek van Peter bij het AJO natuurlijk een fikse deuk opgelopen. En daarin schuilt ook meteen de zwakte van die constructie, zoals we die hier in Amersfoort kennen t.o.v. bijvoorbeeld die bij het Hofstads Jeugd Orkest. In Den Haag zijn de 4 orkesten ook vier handen op één buik, terwijl in Amersfoort de eerste 3 orkesten zijn ondergebracht bij de Muziekschool en los daarvan heb je dan het AJO. Laat ik voorop stellen dat ik er destijds niet bij ben geweest en ik me ook destijds stellig heb voorgenomen me verre van commentaar daarover te houden, maar ik kan niet anders, omdat ik er tot op de dag van vandaag last van heb ondervonden; last van de verstoorde relatie. Het verbaast mij iig niks dat wanneer één van beide partijen, in dit geval het AJO, eenzijdig het vertrouwen in de(zelfde!) dirigent opzegt, je de andere partij daarmee in verlegenheid brengt. Ik heb dan ook bij mijn aanstelling gezegd dat er op dat gebied meteen beleid gemaakt moest gaan worden om de basis te behouden voor verdere samenwerking. Zodat ook de doorstroom van de muziekschoolorkesten naar het AJO ongestoord zou blijven. Het belang van het spelende talent moet op nummer 1 staan. Dat heeft recht op het allerbeste en zit niet te wachten op onopgeloste zaken achter de schermen. In dat licht moet je ook ‘de kweekvijver’ en dan vooral de doorstroming van gekweekt talent van de ene in de volgende vijver, beschouwen.
(Op dit moment (najaar 2008) zijn er gelukkig voorzichtige plannen om de samenwerking vorm te geven met als klinkend resultaat een mogelijk gezamenlijk concert in het kader van Amersfoort 750 komend voorjaar!)
En dan de auditie. Dat is, naar ik weet, altijd al zo geweest, in ieder geval toen ik Peter leerde kennen en nog voor alle 4 de orkesten stond. Dat lijkt dan een proforma zaak, maar ik heb dat in ieder geval overgenomen, omdat ik, zoals gezegd, geen informatie had vanuit het Symfonieorkest van de doorstromers. Daar zit overigens ook wel een voordeel aan: die kinderen komen min of meer neutraal voor mij voorspelen; ik ken hun voorgeschiedenis niet en kan ze dus ook benaderen zonder eventuele ballast vanuit het verleden; ze worden opnieuw bezien en beluisterd.

Ja, natuurlijk zij die allemaal van harte welkom!, maar ik vind die naam eerlijk gezegd nogal pretentieus. Je hebt immers in de stad Utrecht ook het Domstad Jeugd Orkest. Ik zou gewoon zeggen: Amersfoorts Jeugd Orkest , ofwel AJO, punt. De bakermat is en blijft natuurlijk Amersfoort, met wat uitlopers richting Hilversum, Utrecht, Hoevelaken, Leusden en Barneveld, maar heel veel verder....???
Ik denk ook dat de doelstellingen duidelijk moeten zijn zodat ook de verschillen in belangen helder worden. Voor de reünisten moeten we dat natuurlijk ook helder vastleggen en kunnen communiceren naar de oud-leden. Heel ruw geschetst gaat het ons erom te laten zien wat het betekent voor jeugd om klassieke muziek op hoog niveau te maken. Om te laten zien welke impact dat heeft op je leven. Het klinkt wat pathetisch maar zo voel ik het wel.
De geschiedenis van het AJO tot leven brengen en iedereen laten meegenieten, ook niet-musici. Denk aan bestuurders van gemeenten en in het bijzonder die van Amersfoort, dat die eens zien wat het allemaal te weeg heeft gebracht, waar zij hun middelen zoals geld en faciliteiten voor hebben ingezet. Het is belangrijk dat dat helder is, het is belangrijk dat dat nog steeds gelezen kan worden en kan worden getoetst, dus dat dat geld heel goed is besteed.
Het is ook belangrijk dat het nog steeds als prioriteit wordt gezien om de jeugd, de klassieke muziek minnende jeugd, een platform te geven. Uiteraard is de populatie minder groot dan voor sport evenementen, maar dat maakt het belang er niet minder om. Eenzijdigheid in subsidiëring levert uiteindelijk een verschraling van het culturele aanbod op en dat zou voor een grote stad als Amersfoort niet zo mogen gelden.
Je haalt me de woorden uit de mond: hoe de juridische jas van die 4-trapsraket er ook uit moge zien: wij moeten in gezamenlijkheid een platform vormen voor de klassieke muziek minnende jeugd. Dat moet het uitgangspunt zijn. En voor wat deze reünisten-site betreft; dat je de AJO-historie op deze manier levend houdt en daar inzicht in geeft, is natuurlijk een prachtig initiatief. Zien en lezen wat het AJO heeft betekend voor mensen op allerlei niveaus, onderstreept alleen maar het belang van een orkest als het AJO.
Ik zei het al eerder, het spelen in het HJO heeft ook in mijn leven een bepalende rol gespeeld. Het orkest was een soort vrijplaats, een oase en vast punt in de week; 10 jaar lang was ik elke zaterdagavond daar aanwezig en als ik maar een vioolkoffertje bij me had, kon ik daar gewoon zijn wie ik was. Natuurlijk zat daar wel die viool "tussen", maar het was een heel veilige plek voor mij. Ik was wel een extraverte jongen en in eerste instantie kon ik heel makkelijk contacten leggen maar ik vond het op die leeftijd óók allemaal wel griezelig. Dus het was een vrijplaats om mezelf verder te ontwikkelen met de muziek als grote bindende factor. En dan de tournees, dat waren echte hoogtepunten van mijn tienerjaren.
Het is een geweldige kans die je mensen biedt. Als je contact met muziek maakt, dan ben je met een wereld bezig die niet te vergelijken is met een andere. En als je dat met elkaar deelt, kan je vanuit die gemeenschappelijke beleving onuitwisbare ervaringen opdoen én geweldige contacten en vriendschappen opbouwen.
Je hebt nu die opera uitgezocht. Is dat deel van je artistieke beleid?
Ja, slechts een deel hoor. Het zijn overigens losse aria's. Ik heb vooral in mijn eerste jaar veel met Qui hierover gesproken en ook hij zegt, “je bent toch gewoon afhankelijk van de orkestgeneratie op dat moment voor het programma dat je neer kan zetten”. Ofwel, je moet elk programma toch weer opnieuw toesnijden op wat er op dat moment ‘zit’. In het begin heb ik heel volwassen programma's gedaan. Het orkest was ook ietsjes groter dan nu. Als je het hebt over beleid, dan kan ik eigenlijk alleen iets zeggen over wat ik wil bereiken binnen één seizoen, maar niet dat je met opera artistiek beleid kan vormgeven. Met die opera ben ik bezig gegaan om aansluiting te vinden met het land waar we naartoe gaan. In die zin maak ik programma's óp het moment zelf en vóór het moment zelf.

Mijn artistieke doel is het bereiken van een steeds hogere graad van samenspel. Dat bereik ik door een overwogen pakket stukken in één programma te stoppen. Er moet een echte ‘kluif’ bij zitten, een stuk waar iedereen z’n tanden in kan zetten, kortom een stuk waarin de uitdaging ligt en waar men net iets hoger moet grijpen, dan voorheen. Daarnaast moet er ook juist een werk bij zitten dat men gewoon lekker snel goed kan spelen; kortom een werk, waar we al heel snel met de afwerking kunnen beginnen. En dan het liefst ook nog een begeleiding. Dat is ongelofelijk leerzaam, omdat je dan wel moet samenspelen om die solist als ‘één man’ te volgen. In alle gevallen, maar bij een begeleiding helemaal, wil ik de spelers achter hun lessenaars vandaan krijgen en doe ik aanspraak op een gedeelte ‘vrije’ aandacht om met de andere stemmen van het orkest werkelijk te kunnen spelen. En in geval van het moeilijke werk zal het langer duren voordat die ruimte beschikbaar komt, maar het moet uiteindelijk gebeuren dat je je vanachter je lessenaar openstelt voor, in 1ste instantie je lessenaargenoot, vervolgens voor je eigen groep, vervolgens voor alle andere instrumenten die óók jouw partij spelen en tenslotte voor alle andere stemmen. Dus dat er uiteindelijk niet alleen maar gehechtheid is aan die eigen partij, van “jeetje wat is dat moeilijk” en dat er niet alleen maar paniek is van “als ik er maar doorheen kom”, maar gehechtheid aan de compositie als geheel. Als iemand alleen zijn eigen partij aan het spelen is en niks beleeft aan wat er om zich heen (letterlijk) afspeelt, ben ik niet in mijn opzet geslaagd. Een orkest is dan pas meer dan de som der delen. In het ultieme geval til je niet alleen je eigen prestatie uit boven wat je ooit dacht te kunnen, maar ook jezelf.
Jij doet het nu drie of vier jaar. Lukt je dat ook?
Ja... drie. De programma’s tot nu toe waren behoorlijk pittig. Dus ik denk dat ik niet bij iedereen die doelstelling bereikt heb. Maar er zijn momenten geweest dat ik dacht... wie doet nou wat, dat het echt één geheel werd en ik er ook helemaal in opging en ‘het’ kon loslaten. Kan de muziek los komen van de noten? Kan de geest die achter die noten schuil gaat, vrijkomen? Dat is de magie die je meestal pas bereikt tijdens de concerten. Dus ik ben ook heel benieuwd nu we een aantal concerten achter elkaar gaan geven, waar we met z’n allen uit zullen komen. Het is natuurlijk het lot van elk amateurorkest dat je 99,9% van de tijd aan het repeteren bent en die ene 0,1% aan het uitvoeren en daarin moet het dan allemaal gebeuren. Dat is krankzinnig, daarom ben ik zo blij met 5 concerten op rij.
Kan je een repertoire opbouwen?
Na een jaar samen gewerkt te hebben, krijg je weer een gedeeltelijk nieuw orkest en kan je niet meer teruggrijpen op materiaal dat je 2-3 jaar geleden hebt gespeeld, want die kinderen zijn al weer verdwenen. Het is toch telkens weer opnieuw beginnen, maar dat vind ik ook eigenlijk wel prima; zo hernieuw ik mezelf ook en zoek ik ook steeds naar stukken die ik nog nooit eerder heb ‘gedaan’.
Heb je er wel eens aan gedacht om een overleg te starten met muziekdocenten uit de Amersfoortse regio?
Ja.. en dat gaan we nu ook doen. We gaan docenten uitnodigen op onze repetitiedag in het voorjaar. Ze kunnen dan de staart van de repetitiedag meemaken en daarna is er, onder het genot van een hapje en drankje, de gelegenheid om elkaar te ontmoeten, vragen te stellen enzo. Dat is inderdaad erg belangrijk. Kijk.. nu is het meer zo.. dat als ik zie dat er een individueel probleem is, nem ik contact op met de desbetreffende docent, maar dit overleg trekt het contact breder.

Ja... er zit driedubbel hout. We hebben dus ook piccolo, we hebben een althobo en we hebben ook de basklarinet en we hebben zelfs een contrafagot. Alleen is er toch een numerus fixus aan het aantal leden wat mee mag naar Italië. Dus er gaan geen drie fagottisten mee. Ik mag zes invallers meenemen en ben al vier plaatsen kwijt aan de vier hoornisten.
Vindt je het leuk, het dirigeren van een jeugdorkest?
Ja... ik vind het ontzettend leuk ja!
foto: Roosje Hoogenhout
Waarom ben je eigenlijk gaan dirigeren?
Ik heb dus 10 jaar in het Hofstads gezeten en ben toen naar Utrecht gegaan naar het USC, het Utrechtsch Studenten Concert, was daar uiteindelijk concertmeester en heb solo gespeeld met het stuk, waarmee ik ook toelating voor het conservatorium heb gedaan: de Romance voor viool en orkest in f-klein van Dvorak. Was ik nog bijna dirigent van geworden, ware het niet dat Bas Pollard mij voor was. Ik eindigde als tweede. Ik gun het hem overigens van harte, want ik vind hem een fantastische dirigent.
Maar waarom dirigeren? Tja, voornamelijk een soort van eigenwijsheid. Na het Jeugdorkest heb ik de lerarenopleiding biologie & aardrijkskunde gedaan en daarnaast speelde ik dus veel viool. Na tien jaar les gehad te hebben in Den Haag van de aanvoerder van de tweede violen van het Residentieorkest, - ik was een van zijn laatste leerlingen - zat ik fysiek helemaal vast en ben ik, toen ik in Utrecht naar de lerarenopleiding ging, bij Jeane Lemkes-Vos les gaan nemen. Zij heeft bij mij met name de streektechniek van de grond af aan opnieuw opgebouwd. Ook de linkerhand techniek, de bewustwording van hoe strijk je, hoe speel je, de toonvorming, het gewicht van je arm overbrengen op de snaar etc. Daar heb ik heel veel aan gehad. Zij heeft mijn muzikaliteit echt handen en voeten gegeven. Wat ik voelde in de muziek, dat kon ik ook overbrengen op het instrument. Dat is waar het uiteindelijk om gaat.

Hoe bereid je nu een nieuw stuk voor?
Het voornaamste is dat je je een voorstelling maakt van de partituur en je in alle mogelijke details verdiept. Dus dat je in die zin, zo beslagen ten ijs komt dat je altijd weet hoe je iets moet repareren. Wat ik sowieso altijd wil is dat er meteen muzikaal wordt gestudeerd. Bij het instuderen (ook onder het tempo) niet alleen de nootjes spelen maar er meteen richting in aanbrengen en het helder laten zijn hoe ik die noten gespeeld wil hebben; frasering, dynamiek, de manier van strijken, het gebruik van stok, zodat die eenheid van klank meteen wordt meegerepeteerd. Dat valt en staat natuurlijk met een soort van basisniveau dat je aangereikt krijgt en in die zin is de toevoer vanuit de muziekschoolorkesten enorm belangrijk.
Je zegt impliciet dat een dirigent eigenlijk een strijker moet zijn?
Jaaaa,.... vind ik wel,... ja... of je moet een professionele concertmeester hebben die dat werk voor jou doet. Ik beteken alle partituren en partijen zelf. Dat heeft Peter Vinken ook altijd gedaan. Het is trouwens wel bizar hoeveel tijd je daaraan kwijt bent.
Hoeveel tijd ben je er aan kwijt, aan die voorbereiding van één concertprogramma?
Dat is moeilijk te zeggen. Het is ook afhankelijk van het materiaal dat je aangeleverd krijgt. Is het een bende, dan moet je het eerst uitmesten. We gaan nu Dvořák doen maar dat materiaal was zo slecht... die set is gewoon niet meer te repareren. Dan ga ik kijken of er bij het MCO (Muziek Centrum van de Omroep) een andere set is van bv. het Radio Filharmonisch Orkest. Het kost allemaal ongelofelijk veel tijd. Gelukkig kan ik wel wat combineren met mijn huidige werk. Ik zit dus bv. daar in hetzelfde gebouw als de muziekbibliotheek van de omroep.
Wat doe je daar nu precies?
Ik werk bij de Concertzender. Dat is een radiostation dat zich bezig houdt met serieuze muziek, over internet: www.concertzender.nl, maar heel breed, dus ook jazz, oude muziek, hedendaagse muziek, opera. Ik ben verantwoordelijk voor de afdeling Concertopname. Die opnames komen uiteindelijk op de zender in de programma’s met de titel Concertzender Live. Ik vind "serieuze muziek" altijd nog wel de beste term. Dat wil toch zeggen, muziek waar behoorlijk over is nagedacht, en die iets te melden heeft.
Wat zou ik je nog moeten vragen?
Heel veel, maar de tijd is beperkt. We kunnen nog uren doorpraten. Kijk,... het werken, elke vrijdag, met jeugd, met de huidige bezetting,...ondanks alle gedoe is er nu een hele grote club uit het symfonie orkest gekomen,... dat is een ontzettend leuke ploeg. Echt heel leuk! Dus dat kan in de toekomst alleen maar beter worden!

vrijdag 3 oktober 2008
Rolf Buijs
door Fred van de Biezen, trompet 1964 - 1973
We kiezen een terrasje in Hilversum. Ik leg mijn opname apparaat op tafel en de regen klettert op het zonnescherm boven ons. Het is warm.
Rolf: Jij doet dit vaker, dat apparaat herken ik want ik werk bij de afdeling Concertopname van de Concertzender.
Ober: U wilt lunchen? Kan ik alvast iets te drinken voor u inschenken?
Rolf: Ik neem een sandwich met tonijn salade en een glas witte wijn.
Fred: En ik hetzelfde maar dan met gerookte zalm en zien we later wel wat we nog meer willen.
Rolf: Nou... proost. Op de historie en de toekomst van het AJO.
© AJO-reünisten 2010